Een gloedvolle toekomst voor het landelijk gebied - Interview David van Zelm van Eldik

06-07-2023 467 keer bekeken 0 reacties

Liefde voor het landschap, dat moet de norm zijn bij alle grote transities in de leefomgeving. Als programmaleider van Ons Landschap (sinds 2018) zet David van Zelm van Eldik zich in om landschapsinclusief omgevingsbeleid van droom naar daad te helpen.

Vanuit zijn betrokkenheid bij Ons Landschap werkt David van Zelm van Eldik sinds 2022 ook aan het Programma Mooi Nederland als beleidscoördinator. Mooi Nederland werkt vanuit het principe landschapsinclusief aan transities, zowel in het landelijk gebied als in de stad.

Gloedvolle toekomst
“De nationale parken die met de verbreding om hun natuurkernen aan de gang zijn, laten de beloftevolle toekomst zien van het landelijk gebied. Ze laten zien dat je op een heel positieve manier het landelijk gebied zo in transitie kan brengen dat het significant bijdraagt aan de natuurkernen waar ze omheen liggen. Tegelijkertijd laten de nationale parken zien dat het mogelijk is langjarig verdienvermogen te genereren voor grondeigenaren. Ze laten zien dat je wel degelijk, door het landelijk gebied rondom de natuur in transitie te brengen niet alleen de natuur kan beschermen, maar ook een perspectief voor de landbouw kunt genereren,

Wij hebben de nationale parken daarom als thema binnen Mooi Nederland geadopteerd als een van de drie prioritaire onderwerpen voor het landelijk gebied, omdat wij denken dat we, lerend van een aantal van die nationale parken, kunnen laten zien hoe al die andere overgangsgebieden rond natuur wel degelijk een gloedvolle toekomst tegemoet kunnen gaan.”

Meer dan alleen Natura2000
“De Drentsche Aa vind ik een aansprekend voorbeeld. Daar is het gelukt het gebied groter te maken dan alleen het Natura 2000 gebied. Er zijn daar vormen van landgebruik gevonden die de natuurkern ondersteunen, maar die ook economisch perspectief voor het gebied creëren in combinatie met een recreatief heel aantrekkelijk landschap: klimaatadaptief, biodivers. Het is daar allemaal al in hoge mate gecombineerd. Dit gebied is een voorbeeld voor veel meer gebieden dan alleen de nationale parken zelf. Mijn hoop is dat meer van de gebieden waar belangrijke natuurkernen in liggen deze route gaan volgen. Niet als een blauwdruk, want elk gebied heeft zijn eigen ontwikkelpad, maar als een manier van denken!”

Culturele dimensie
“Als we het mantra voor de landbouw van ‘Nooit meer honger’ van Mansholt kunnen veranderen naar ‘Een volhoudbare aarde’, dan betekent dat ongelooflijk veel legitimatie en urgentie voor de landbouw. Dat is de culturele dimensie. Een boer is dan niet alleen maar maatschappelijk relevant als hij of zij voedsel produceert, maar juist als hij naast voedsel ook schoon water, schone lucht, mooi landschap, biodiversiteit en een gezonde bodem produceert en wij als samenleving hem of haar daarvoor betalen.

Er zijn heel veel manieren om een eerlijke prijs te betalen voor al die maatschappelijk relevante diensten. Er is daar al veel geld voor gereserveerd in het Transitiefonds, het Klimaatfonds en allerlei andere geldbronnen, bijvoorbeeld voor biobased teelten. Dat is niet meer dan terecht. Er is ook private financiering mogelijk, denk aan carbon credits.

Dit is in eerste instantie goed nieuws voor boeren, omdat die daarmee veel minder kwetsbaar zijn. De boer is straks niet alleen de partner van de zuivelcoöperatie, maar ook de businesspartner van het waterschap, de verwerkende industrie voor biobased bouwmaterialen, van de gemeente. het Rijk of van de terreinbeheerder in de buurt en krijgt zo een veel stabielere economische basis met een veel steviger ‘license to operate’. Al dat soort nieuwe concepten invlechten in de agrarische bedrijfsvoering leidt tot heel mooie inclusieve kringloop landbouw, die een fantastische buur kan zijn van al die natuurkernen.”

Schaalsprong
“De nationale parken worden interessant op het moment dat ze de schaalsprong maken naar een maat waarin niet alleen de natuurkern huist, maar ook de landschappen daar omheen, die op een symbiotische manier met elkaar samenwerken. Hiermee wordt de cultuurhistorie van de agrarische natuurlandschappen onderdeel van het nationaal park en zo krijgen de parken een veel completer aanbod. Het ensemble, het landschapsecologisch systeem als eenheid in plaats van een begrensd Natura2000 gebied is interessant. Het is ook veel krachtiger, vitaler en houdbaarder dan een geïsoleerd natuurgebied ooit zal zijn.”

Wenkend perspectief
“Ik denk dat we de nationale parken vooral moeten framen als voorbeelden die helemaal niet beperkt moeten blijven tot de gebieden die de formele status van nationaal park hebben. Ik zie een aantal van de nationale parken als een wenkend perspectief voor andere gebieden. Op hun eigen manier en vanuit eigen opgaven, en ambitieniveau kunnen gebieden leren van nationale parken.

Essentieel is wel dat partijen zich daar organiseren, met lef, visie en steun van alle overheidspartijen en andere partners. Nationale Parken laten zien dat het geen schrikbeeld is om op basis van alle opgaven die we hebben, voor schoon water, biodiversiteit en klimaatadaptatie, te geloven in een toekomst waar boeren, burgers en buitenlui allemaal beter van worden. Een toekomst waar we allemaal naar uit kunnen kijken.”

Ontwerpend onderzoek
“Zelf kom ik graag in het Dwingelderveld, maar zeker ook de Weerribben Wieden; dat type landschap ligt mij zeer na aan het hart: veenplassen en rietlanden, ken ik uit mijn vroege jeugd.. Ik vaar daar met mijn gezin in onze zeilboot. Het is ook een mooi voorbeeld van hoe we werken aan een mooi Nederland. Moedige boeren in de Baarlingerpolder proberen op een nieuwe manier bij te dragen aan het gebied en een toekomst voor zichzelf en hun kinderen te creëren. Dit gebied is ook een pilot in het Programma Mooi Nederland, naast landgoed Duivenvoorde in Hollandse Duinen en de oostflank van de Utrechtse Heuvelrug bij Amersfoort-West. Met Mooi Nederland kijken wij via ontwerpend onderzoek in verschillende landschapstypen wat voor inrichtingconcepten passen bij overgangsgebieden rondom een natuurkern. Daarnaast onderzoeken we wat voor instrumentarium je vervolgens kunt inzetten om die concepten ook te realiseren. De Handreiking ‘Overgangsgebieden willen wij graag in november van dit jaar lanceren. Deze is niet alleen bedoeld voor de drie betrokken parken. We gaan de inrichtingsconcepten zo structureren en verbeelden dat in principe alle overgangsgebieden, inclusief de nationale parken, daar wat aan hebben.

Ik zie onszelf vanuit Mooi Nederland niet alleen als ondersteuner van de drie pilots rond nationale parken, maar ik zie onszelf ook echt als partner van de nationale parken, omdat we samen leren en we graag via de Mooi Nederland handreiking de lessen over ontwikkeling met ruimtelijke kwaliteit nationaal relevant maken.”

Reacties

Velden met een * zijn verplicht.

Anti spam controle *

We gebruiken CAPTCHA als controlemiddel om spam tegen te houden. Vink de checkbox aan om door te gaan. Mogelijk wordt er gevraagd om bepaalde afbeeldingen te selecteren.
 
Een momentje...

0  reacties

Cookie-instellingen